‘Ik voel me soms net een klein kind dat in de hoek wordt gezet, wat een rotgevoel’. Anneke moet moeite doen om niet in tranen uit te barsten als ze vertelt over de arts waar ze mee werkt. Haar casus gaat over omgaan met dominant gedrag. ‘Maar ja’ besluit Anneke, ‘Hij is wel de arts en dus de baas’. Op mijn vraag of hij haar vader is, kijkt Anneke me niet begrijpend aan. Ik leg haar de theorie van de Transactionele Analyse uit.
Soms gebeurt het dat iemand zich door een arts of leidinggevende, ‘weggezet voelt als een klein kind’. Een vervelend gevoel dat invloed heeft op je energie en zelfvertrouwen en wat bovendien een goede werkrelatie in de weg zit. Wanneer er sprake is van zo’n gevoel van ongelijkheid spreekt men in de Transactionele Analyse van ouder- en kindrollen. Wanneer iemand zich dominant opstelt (ouderpositie) is het voor sommigen een natuurlijke reactie om zich ondergeschikt op te stellen (kindpositie) Maar je kunt alleen in deze positie gezet worden als je dat zelf toelaat!
Wanneer twee volwassen mensen met elkaar van gedachten wisselen is er nooit sprake van hiërarchie op basis van rol of opleiding. Een gesprek is een gesprek, hierin ben je altijd gelijkwaardig aan elkaar. Veel zorgprofessionals die worstelen met dominant gedrag, zetten zichzelf onbewust tijdens het gesprek al in een ongelijke positie. Hierdoor geef je de ander de ruimte om zich autoritair op te stellen. Door zelf vanuit gelijkwaardigheid te communiceren, wordt de ruimte voor dominant gedrag kleiner, jij laat je immers niet meer in de kindpositie zetten. Het levert de ander niets op om in de ouderpositie te gaan staan.
Anneke mailt me een paar weken na de training. Ze schrijft: wat een verschil. Nu ik me niet meer weg laat zetten merk ik dat ik een veel beter contact heb met de betreffende arts. Het duurde even, maar ik heb veel minder last van het autoritaire gedrag. En ik heb het gevoel dat ik voor vol wordt aangezien, wat maakt dat ik mijn werk leuker vind.